31 juli 2022
Sidney Smeets
Opinie

Homonationalisme

Afgelopen week ontstond er (opnieuw) ophef over rechts-radicale LHBTI-haat. Een Leidse promovenda die al vaker de – in haar ogen verderfelijke – ‘regenboogideologie’ aanviel werd tijdelijk van Twitter verbannen omdat ze de regels tegen haatdragend gedrag van het social media concern overtrad door een transman bewust te misgenderen. Vervolgens ontstond opnieuw ophef omdat duidelijk werd dat de marginale homonationalistische club ‘stichting de Roze Leeuw’ van plan was mee te lopen met de Pride Walk van Amsterdam Pride. Opmerkelijk want de Roze Leeuw is openlijk transfoob, terwijl het thema van de Pride in 2022 juist aandacht vraagt voor gender: My gender, my Pride. Uiteindelijk besloten de heren, die zichzelf ‘wel homo, geen mietje noemen, eieren voor hun geld te kiezen en niet mee te lopen, hetgeen de PVV aanleiding gaf Kamervragen te stellen. Reden dus om ons de vraag te stellen waar dit Duivels verbond tussen radicaal/extreem rechts en een klein groepje homenationalisten toch vandaan komt?

Op 19 juli 2016 maakte de Nederlandse nationaal populistische politicus Geert Wilders zijn opwachting bij een verkiezingsbijeenkomst voor de Republikeinse presidentskandidaat Donald J. Trump. Het evenement waar Wilders tijdens het Republikeinse nationale congres van 2016 sprak, werd onder de naam ‘Wake Up!’ (Ontwaakt!) georganiseerd door ‘Gays for Trump’. ‘Lucian Baxter Wintrich IV’, die eigenlijk Lucian Einhorn heet maar een adelijker (en minder Joods) klinkende naam beter bij zijn publieke persona vond passen, was een van de drijvende krachten achter de pogingen de ‘LHB’-gemeenschap te enthousiasmeren voor Trump, de enige ‘T’ waarvoor hij zich wilde inzetten.[Hij had onder andere bekendheid verkregen door zijn ‘It’s OK to be White’ postercampagnes en alt-rechtse gedachtengoed, maar zijn grootste wapenfeit was dat hij een aantal jongens in zijn appartement had gefotografeerd terwijl ze ‘Make America Great Again’ (MAGA) parafernalia (en niet veel anders) droegen. Enkele maanden later had hij de foto’s op posterformaat uitgeprint en tentoongesteld in een kunstgalerie in Chelsea (New York). Het evenement, onder de naam ‘#DaddyWillSaveUs’, was volgens Wintrich ‘de eerste conservatieve kunstexpositie’ en toonde behalve de schaars geklede twinks ook ‘kunstwerken’ van andere alt-rechtse, conservatieve ‘gangmakers’ als de controversiële homoseksuele opiniemaker Milo Yiannopoulos en de farmaceutische ondernemer Martin Shkreli.[Shkreli was in 2015 in opspraak geraakt toen hij het productierecht van malariamedicijn Daraprim opkocht en prompt de prijs van een pil met 5000 procent verhoogde. Datzelfde jaar werd hij gearresteerd op verdenking van beursfraude.

Het was tegen deze achtergrond dat Wilders gevraagd werd een speech te geven. Andere genodigden waren onder anderen Roger Stone, die in 2019 wegens zijn betrokkenheid bij de Trump-campagne gearresteerd zou worden, en Pamela Geller, een activiste die ervan overtuigd was (en is) dat president Barack Obama een Kenyaanse moslim is, geboren uit een buitenechtelijke relatie tussen burgerrechtenactivist Malcolm X en zijn moeder.[6]

Geflankeerd door posters van halfnaakte jongens stak de Nederlandse politicus van wal. Hij zou weleens de nieuwe premier kunnen worden als de peilingen het bij het juiste eind hadden, zo vertelde hij het handjevol Republikeinen dat zijn speech in een achterafzaaltje in de marge van het nationale congres aanhoorde. Maar zijn belangrijkste boodschap was dezelfde die hij al sinds 2005 verkondigde. De bron van alle kwaad was volgens Wilders ‘de Islam’: ‘We moeten de islamisering stoppen, sterker nog, we moeten onze maatschappijen de-islamiseren.’ 

De situatie in Europa was volgens Wilders ‘erger dan ooit’. Europa zou zowel imploderen als exploderen en er vonden wekelijks jihadistische aanslagen plaats: ‘De reden hiervan is natuurlijk een decennialang beleid van open grenzen. Open grenzen en cultuurrelativisme.’ Een expliciete link tussen wat Wilders zijn toehoorders over ‘de Islam’ vertelde en de positie van LHBTI’ers werd niet gelegd, maar gezien de context van de toespraak was de boodschap duidelijk: islam en LHBTI-rechten gingen niet samen. Dat had de partij ook al meermaals expliciet gemaakt. In 2011 en 2013 had ze moties ingediend die de regering opriepen ‘haar angstige en politiek correcte houding ten aanzien van de islam te laten varen, en de negatieve invloed van deze kwaadaardige ideologie op de emancipatie van vrouwen en homo’s te erkennen.’[7]

Het zal niet aan de speech van Geert Wilders gelegen hebben dat Donald Trump eind 2016 tegen de verwachting in gekozen werd als president van de Verenigde Staten. Na zijn aantreden in 2017 benoemde hij de openlijk homoseksuele Richard Grenell tot zijn ambassadeur in Duitsland. Grenell was onder andere door The Washington Post al eens samen met Geert Wilders in een rijtje geplaatst van conservatieve politici die LHBTI-rechten omarmden. Zijn benoeming leek voor buitenstaanders echter vooral bedoeld om de Trump-regering enige LHBTI-legitimiteit te verschaffen. Dat was ook wel nodig. Trump had de evangelisch-christelijke Mike Pence, die bekend stond als fel anti-LHBTI, als vicepresident benoemd, wilde nieuwe aartsconservatieve rechters benoemen in het Hooggerechtshof (waar verschillende belangrijke LHBTI-issues beslist moesten worden) en had besloten dat transgender personen niet meer in het leger mochten dienen. Net als Wilders betoogde Grenell dat de rechts-populistische politiek desalniettemin voor LHB’ers de beste keuze was. 

Beiden koppelden dat aan een stevige dosis xenofobie die vooral bedoeld leek om de aandacht te verleggen. Net als Wilders betoogde Grenell dat migranten uit landen waar het met de homo-emancipatie nog niet zo goed gesteld was de – kennelijk geheel probleemloze – emancipatie in het Westen in gevaar brachten. Hij zette in op een buitenlands beleid gericht op het decriminaliseren van homoseksualiteit en verschafte zo de president een LHBTI-alibi dat tegelijkertijd een anti-migratie argument vormde.[8]

Het inzetten van LHBTI-rechten door conservatieve rechts-populistische politici als wapen tegen moslim-migranten wordt ook wel ‘homonationalisme’ genoemd.

Het inzetten van LHBTI-rechten door conservatieve rechts-populistische politici als wapen tegen moslim-migranten wordt ook wel ‘homonationalisme’ genoemd. De term werd in 2007 voor het eerst gebruikt door professor Jasbir K. Puar, die vrouwen- en genderstudies doceert aan Rutgers Universiteit. In haar boek Terrorist Assemblages: Homonationalism in Queer Times legt ze uit dat in de eenentwintigste eeuw de acceptatie van en tolerantie voor homoseksuele mannen en lesbische vrouwen een graadmeter is geworden voor wie de potentie heeft om een moderne westerse staatsburger te zijn. Daarbij is slechts een bepaalde, specifiek westerse, vorm van acceptatie en tolerantie leidend. LHBTI-bewegingen hebben zich sinds de tweede helft van de twintigste eeuw volgens Puar ook vaak langs deze specifieke scheidslijnen bewogen. Het inzetten op gelijke huwelijksrechten houdt heteronormatieve westerse gezinsstructuren in stand. Het inzetten van de trans gemeenschap op het recht de geboortegeslacht-registratie te mogen wijzigen is tegelijk een focus op het bestaan van zulke registraties en de documenten waarop ze voorkomen. Die documenten, zoals paspoorten, bestaan op hun beurt slechts bij de gratie van het idee dat er zoiets als een ‘natiestaat’ met grenzen bestaat. Het houdt het ‘nationalistische’ idee dat mensen daardoor van elkaar gescheiden kunnen of zelfs moeten worden, in stand. 

Datzelfde spanningsveld bestaat bij de ‘transgender military ban’ die de regering-Trump invoerde. Het bevechten van het recht van transgender personen om net als cisgenders in het leger te mogen dienen, is tegelijk een legitimatie van het leger als instituut. Dat is, zeker in het geval van de Verenigde Staten, problematisch omdat dat leger niet zelden ingezet wordt om westerse belangen ‘in den vreemde’ te beschermen of, zoals recent in de VS gebeurde, in eigen land wordt ingezet tegen betogers die juist mede voor de rechten van trans personen (van kleur) opkomen. 

Terwijl Puar homonationalisme als een inherent onderdeel van de westerse homorechtenbeweging lijkt te zien, gebruik ik de term hier vooral om te duiden hoe sommige partijen LHB-rechten (de ‘T’ van trans laten ze meestal bewust weg) misbruiken om een racistische en xenofobe agenda te rechtvaardigen. Deze verwevenheid van seksualiteit en gender met nationalisme kent een lange traditie. Seksuele- en gendernormen die niet aan de witte (mannelijke) christelijke moraal voldeden vormden bijvoorbeeld een van de rechtvaardigingen van het koloniale project. Mannen moesten de natiestaat verdedigen, in het leger gaan, voor volk en vaderland sterven. Vrouwen hadden een rol als huismoeder en moesten nageslacht voortbrengen. 

De Amerikaanse historicus George Mosse schreef in de jaren tachtig over de relatie tussen nationaalsocialisme en geïdealiseerde mannelijkheid. In zijn boek Nationalism and Sexuality: Respectability and Abnormal Sexuality in Modern Europe (1985) komt uiteraard ook de natiestaat aan bod, waarvan heteroseksualiteit en het gezin de figuurlijke hoekstenen zijn. LHBTI’ers en feministen zorgen in zulke binaire, patriarchale systemen slechts voor verwarring, worden gezien als een gevaar voor de traditionele man-vrouw verhouding en, wegens het ontbreken van nageslacht, voor het voortbestaan van de natiestaat zelf. Nieuw aan ‘homonationalisme’ is de kennelijke omarming van homoseksualiteit als een ‘westerse’ verworvenheid die zou contrasteren met vermeend minder tolerante opvattingen elders. De premisse is dat ‘nieuwkomers’ homofobie importeren in het egalitaire en tolerante Westen, waar onder invloed van ‘de joods-christelijke cultuur’ een breed gedragen acceptatie van LHBTI’ers zou bestaan. Geert Wilders verwoordde het in 2016 als volgt: ‘De vrijheid die homoseksuele mensen zouden moeten hebben – om elkaar te zoenen, te trouwen, kinderen te krijgen – is exact waar de Islam tegen vecht.’ [9]

Volgens Wilders weten LHBTI’ers daarom precies wat de gevolgen zijn van het ‘importeren van Islam in de maatschappij’. Om die reden zouden ze beter af zijn bij partijen met een stevige anti-immigratie politiek. Hun belangrijkste mikpunt zijn moslims, die ‘onze westerse waarden en normen’ zouden verwerpen. Steevast wordt gewezen op de doodstraf die volgens sharia-recht op homoseksualiteit wordt toegepast en de ‘oververtegenwoordiging’ van (vermeende) moslims bij anti-LHBTI geweld.

Dat vertoog is zo mainstream geworden dat het zelfs door de minister-president wordt herhaald. In 2017 schreef Mark Rutte in een brief ‘aan alle Nederlanders’:

We voelen een groeiend ongemak wanneer mensen onze vrijheid misbruiken om hier de boel te verstieren, terwijl ze juist naar ons land zijn gekomen voor die vrijheid. Mensen die zich niet willen aanpassen, afgeven op onze gewoontes en onze waarden afwijzen. Die homo’s lastigvallen, vrouwen in korte rokjes uitjouwen of gewone Nederlanders uitmaken voor racisten. Ik begrijp heel goed dat mensen denken: als je ons land zo fundamenteel afwijst, heb ik liever dat je weggaat. Dat gevoel heb ik namelijk ook. Doe normaal of ga weg.[11]

Homofobie wordt zo neergezet als een probleem van ‘de ander’, de nieuwkomers die zich maar niet willen aanpassen aan ‘onze’ waarden en normen. De impliciete boodschap is een zelffelicitatie ‘aan alle Nederlanders’ die het kennelijk in de ogen van onze premier heel goed doen. In het voorgaande hebben we gezien dat er nogal wat kanttekeningen te plaatsen zijn bij dat zelfbeeld.  

Homofobie wordt zo neergezet als een probleem van ‘de ander’, de nieuwkomers die zich maar niet willen aanpassen aan ‘onze’ waarden en normen.

Het ‘huwelijk’ tussen nationalistisch, conservatief rechts en LHBTI-rechten heeft iets inherent paradoxaals. Enerzijds cultiveren zulke partijen nostalgie naar een fictief verleden.[Vroeger was alles beter. Gloria Wekker beschrijft dit gevoel als ‘homonostalgie’. In de ‘onschuldige’ jaren vijftig, toen Nederland nog ‘wit’ was, mocht je politiek incorrecte grappen maken, had niemand het over Zwarte Piet, waren de genderrollen duidelijk en liepen LHBTI’ers niet zo met hun geaardheid te koop, lijkt de gedachte. LHBTI’ers werden getolereerd ‘als ze maar van me afblijven’. Liefst moesten ze ook voldoen aan het beeld van de LHBTI’er als ‘comic relief’, als iemand die geen problemen maakt maar wel veel humor had en ‘zo creatief is’. Anderzijds is er die schijnbare omarming van de zeer recente, vermeende acceptatie van LHBTI’ers en hun rechten die tot toetssteen van beschaving is verheven en dus geschikt is om te beoordelen wie niet beschaafd en ontwikkeld is. Het gaat dan meestal wel om een zeer specifieke vorm van tolerantie, waarbij LHBTI’ers niet te veel noten op hun zang moeten krijgen. Slechts een bepaalde vorm van het uiting geven aan seksuele- en genderdiversiteit is in hun ogen acceptabel. Alles wat te ver afwijkt van die norm, die sommigen als wit, cisgender en heteronormatief omschrijven, is nog altijd ‘niet normaal’ en dus minder of zelfs niet beschermenswaardig.

‘Homofobie’ is in die opvatting een probleem van ‘de ander’ waarbij met name op moslims gedoeld wordt. Geert Wilders tweette ter gelegenheid van de Internationale dag tegen homo- en transfobie zelfs dat homofobie zou stoppen als ‘de islam’ gestopt zou worden. Binnen de eigen gelederen bestaat homofobie niet omdat negatieve opvattingen gerechtvaardigd worden door te verwijzen naar ‘woke’ ‘gedram’ van aanhangers van een ‘regenboogideologie’. Wanneer men zich daartegen afzet is dat in hun ogen geen ‘homofobie’ maar een ‘mening’ die indruist tegen de ultralinkse opvattingen die de homobeweging hebben gekaapt.

Er is wel gesproken over een ‘Dutch paradox’: het beeld bestaat dat Nederland qua homoacceptatie vooroploopt en haar zaakjes op orde heeft. Maar juridische gelijkberechtiging staat niet gelijk aan (zelf) acceptatie. LHBTI’ers mogen dan op tal van vlakken dezelfde rechten hebben, dat maakt nog niet dat ze zich ook geaccepteerd voelen. Het beeld van Nederland als voorloper sluit niet aan bij de beleving van veel LHBTI’ers, zelfs zij die voldoen aan de nieuwe ‘norm’. Zij ervaren dagelijks de dreiging van geweld, scheldpartijen en zelfs fysiek geweld, maar als ze zich erover beklagen worden ze weggezet als drammers die te veel in de slachtofferrol kruipen. Voor homonationalisten is de uitweg uit die paradox het verschuiven van de aandacht naar niet-Westerse migranten en moslims. Op die manier kan van de intolerantie in eigen, witte, kring worden weggekeken en de roep van LHBTI’ers om echte acceptatie belachelijk gemaakt worden als ‘genderwaanzin’. Maar al te vaak wordt daarbij gewezen op de ‘oververtegenwoordiging’ van Marokkaanse jongens onder de daders van anti-LHBTI geweld. Martin Bosma (pvv) zei daarover in 2017: ‘Onze partij heeft nooit iets gezegd over homoseksuelen behalve dat homo’s het slachtoffer zijn van massa-immigratie, als homo’s mishandeld worden, is dat min of meer door Moslims.’ [14]

En ook Thierry Baudet (FvD) meent dat ‘intolerantie ten aanzien van homo’s (…) een probleem voor heel veel moslimjongeren’ is. Dat mantra wordt keer op keer, bij ieder incident herhaald. Maar is dat ook terecht, wordt het door de werkelijke cijfers ondersteund?

In een onderzoek uit 2009 over incidenten in Amsterdam, kwam naar voren dat 36 procent van de daders van Marokkaanse afkomst was.[De studie wordt vaak aangehaald, maar zelden in de juiste context. Het ging immers specifiek om Amsterdamse cijfers en de door de onderzoekers geconstateerde ondervertegenwoordiging van Turkse Nederlanders wordt vrijwel nooit benoemd. Dat geldt evenzo voor de constatering dat religie geen factor van belang was bij de oververtegenwoordiging van Marokkaanse jongens. De onderzoekers vonden de redenen daarvoor meer in de ‘hypermasculiene’ straatcultuur.

Een ander onderzoek is in rechts-populistische kring een stuk minder populair. Uit landelijke politiecijfers uit 2013 volgt dat (slechts) 16,6 procent van de daders van anti-LHBTI geweld een Marokkaanse of Marokkaans-Nederlandse afkomst hebben.[Het verschil met de Amsterdamse cijfers lijkt vooral te verklaren door het feit dat niet alleen het meeste anti-LHBTI geweld zich afspeelt in de hoofdstad, waar relatief veel LHBTI’ers wonen, maar ook dat daar een relatief grote Marokkaans-Nederlandse gemeenschap woont. Alleen al statistisch gezien is de kans dat een verdachte van een willekeurig misdrijf in Amsterdam ‘Marokkaans’ is daarom groter dan wanneer hetzelfde delict gepleegd wordt op Urk. Dat alles neemt echter niet weg dat ook in dit onderzoek sprake is van oververtegenwoordiging. Slechts 2,25 procent (en dus niet 16,6 procent) van de Nederlanders heeft een Marokkaanse achtergrond. Met andere woorden: in verhouding tot het aantal Marokkaanse Nederlanders is hun aandeel in de criminaliteitscijfers in het algemeen en in zaken van anti-LHBTI geweld in het bijzonder, aanzienlijk hoger. 

Het risico van het focussen op die oververtegenwoordiging is echter duidelijk. Wanneer slechts 16,6 procent van de anti-LHBTI zaken aandacht krijgen omdat de daders Marokkaans zijn, wordt weggekeken van de overige 83,4 procent van de zaken. De kans dat een LHBTI’er zich geconfronteerd ziet met een niet-Marokkaanse potenrammer is ondertussen nog steeds vijf keer groter dan dat de dader Marokkaans is. 

In Nederland wordt vaak over ‘moslims’ gesproken als men eigenlijk Marokkaanse Nederlanders bedoelt. De focus op hen als oorzaak van alle ellende is niet nieuw. Nog voordat de term ‘homonationalisme’ bedacht was, kregen we in Nederland te maken met de extreemrechtse Centrum Democraten onder leiding van de katholieke leraar maatschappijleer Hans Janmaat. De partij was, eerst onder de naam Centrumpartij, tussen 1982 en 1998 in de Tweede Kamer vertegenwoordigd en beweerde niet links en niet rechts te zijn (vandaar de naam). Onder het motto ‘Eigen Volk Eerst’ zei het op te komen voor autochtone Nederlanders. ‘Wij schaffen,’ zo verkondigde Janmaat al in 1984, ‘zodra we de mogelijkheid en de macht hebben, de multiculturele samenleving af’. In 1986 schreef de partij in haar conceptverkiezingsprogramma op te zullen komen voor de rechten van vrouwen en LHBTI’ers:

Alle mensen zijn aan elkaar gelijk. Man en vrouw zijn volstrekt gelijkwaardig en hebben recht op gelijke maatschappelijke posities en behandeling. […] Het is noodzakelijk te streven naar een pluriforme maatschappij waarin iedereen, ongeacht ras, geslacht, huidskleur, politieke-, religieuze of sexuele geaardheid, aanspraak kan maken op gelijke behandeling, rechten, plichten en vrijheden. [18]

Zulke gelijkheidsgedachten waren voor de partij onverenigbaar met migratie en de verguisde ‘multiculturele samenleving’. 

Hoewel de Centrum Democraten bij de verkiezingen van 1994 nog flink groeiden, verloren ze in de daaropvolgende jaren steeds meer aanhang. Een van de oorzaken was de strafrechtelijke vervolging die in die periode door het Openbaar Ministerie tegen Janmaat, zijn partner en de partij als geheel werd ingesteld. De aanklacht luidde aanzetten tot haat, discriminatie en belediging wegens onder andere zijn uitspraken over het ‘afschaffen’ van de multiculturele samenleving. Met enkele tussenstappen, en na veel geweeklaag door Janmaat over het ‘politieke proces’ dat tegen hem werd gevoerd, volgde in 1996 een definitieve veroordeling door het gerechtshof Amsterdam.[19]

De Centrum Democraten keerde in 1998 niet terug in het parlement, maar werden als het ware opgevolgd door de opkomende lokale ‘Leefbaar’-partijen die in 2002 als Leefbaar Nederland (LN) aan de verkiezingen meededen en de flamboyante homoseksuele politicus Pim Fortuyn als lijsttrekker kozen. Hoewel Fortuyn er geen geheim van maakte op welhaast oriëntalistische wijze te genieten van exotische jonge Marokkaanse mannenlichamen, voelde hij weinig voor hun cultuur: ‘Als ik het juridisch rond zou kunnen krijgen, dan zou ik gewoon zeggen: er komt geen islamiet meer binnen! Maar dat kan ik niet rond krijgen. De islam is achterlijk, ik zeg het maar, het is gewoon een achterlijke cultuur.’[20]

Fortuyn ageerde al jaren tegen wat hij ‘de islamisering van onze cultuur’ noemde en contrasteerde die vermeende ‘islamisering’ graag met de ‘grootste geestelijke en culturele prestatie in de geschiedenis van de mensheid’, namelijk de vrouwen- en homo-emancipatie.[Die, in zijn ogen, enorm succesvolle emancipatiestrijd wilde Fortuyn niet ‘overdoen’ als ‘de islamisering’ niet gestopt werd. Emancipatie als een stok om moslims mee te slaan. 

Er is al vaker op gewezen dat het moeilijk is deze vermeend succesvolle emancipatie te verenigen met de feiten. De emancipatie is nog lang niet voltooid – kijk bijvoorbeeld naar de hardnekkige loonkloof van 7 procent tussen mannen en vrouwen. Toen Fortuyn in 1997 zijn boek Tegen de islamisering van onze cultuur schreef was het ook met die homo-emancipatie nog lang niet zo goed gesteld. Het burgerlijk huwelijk was nog niet opengesteld voor paren van gelijk geslacht, regenbooggezinnen stonden juridisch in de kou en LHBTI-leraren in het bijzonder onderwijs konden eenvoudigweg ontslagen worden.    

Fortuyn ageerde al jaren tegen wat hij ‘de islamisering van onze cultuur’ noemde en contrasteerde die vermeende ‘islamisering’ graag met de ‘grootste geestelijke en culturele prestatie in de geschiedenis van de mensheid’, namelijk de vrouwen- en homo-emancipatie.[

De eerdergenoemde ‘achterlijke cultuur’ uitspraak in een Volkskrant-interview zorgde voor een breuk tussen Fortuyn en zijn partij. Leefbaar Nederland zette hem in februari 2001 aan de kant als lijsttrekker en nog geen week later richtte hij de Lijst Pim Fortuyn (lpf) op. Opvallend genoeg bevatte het partijprogramma van de lpf niets over homo-emancipatie. Op 6 mei 2002 werd Fortuyn vervolgens op het Mediapark te Hilversum om het leven gebracht. Bij de daaropvolgende verkiezingen kreeg de vermoorde politicus ruim 1,3 miljoen stemmen. Zijn partij behaalde 26 zetels, maar rolde al snel vechtend over het Binnenhof en verdween vier jaar later roemloos van het politieke toneel. 

Geert Wilders was na de verkiezingen van 1998 voor de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (vvd) in de Tweede Kamer gekomen maar raakte gedurende zijn loopbaan steeds vaker in conflict met de officiële partij-lijn. Medio 2004 publiceerde hij samen met collega-Kamerlid Gert-Jan Oplaat het pamflet RECHT(S) op je doel af, waarin zij kritiek uitten op de politieke lijn van de vvd. Volgens Wilders en Oplaat (die zich in 2022 bij de Boer Burger Beweging aansloot) was een ‘ruk naar rechts’ nodig, moest de partij haar conservatieve gezicht meer laten zien en moesten ‘radicale moslims’ veel harder worden aangepakt. Naast ‘strenger straffen’, het verhogen van de maximumsnelheid en het sterk verminderen van de uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking was het voor Wilders c.s. van belang dat de partij stelling zou nemen tegen het toetreden van Turkije tot de EU.

Omdat duidelijk werd dat de vvd de toetreding van Turkije niet zou blokkeren, verlangde Wilders dat hij de ruimte kreeg buiten de fractiediscipline om zijn eigen stem te laten horen. Vlak na het zomerreces van 2004 escaleerde het conflict toen Wilders definitief weigerde zich te conformeren aan het Turkije-standpunt van de fractie. Hij stapte uit de partij en na een korte periode als ‘onafhankelijk’ Kamerlid voor de ‘Groep Wilders’ richtte hij in 2005 de Partij Voor de Vrijheid (pvv) op, een eenmanspartij waarvan hij tot op de dag van vandaag het enige lid is. Zoals Gloria Wekker al terecht constateerde is de PVV de ‘electorale erfgenaam van Fortuyn’.]Na de moord op Fortuyn en de mislukte politieke experimenten met Fortuynisten en wannabees liep de partij van Wilders er met de kiezers vandoor. 

Medio 2010 peilde de GayKrant dat de pvv onder LHBTI-kiezers de grootste partij was. Van de ruim duizend geënquêteerden gaf 22,3 procent aan er bij de volgende verkiezingen een stem op uit te zullen brengen. Opmerkelijk was dat een jaar later uit scp-cijfers naar voren kwam dat nu juist pvv-kiezers het negatiefst waren over LHBTI’ers.[23] Even zo opmerkelijk was dat in 2018 Henk Bres lijstduwer werd voor de Haagse pvv. In een interview in 2014 had Bres nog toegegeven ‘vroeger’ een heuse potenrammer te zijn geweest en homo’s in de bosjes in elkaar geslagen te hebben. Desondanks was de pro-LHBTI pvv-verkiezingsretoriek glashelder. In 2012 was de boodschap in het verkiezingsprogramma: ‘We verdedigen onze homo’s tegen de oprukkende islam’ en anno 2022 is die boodschap ongewijzigd. Zoals hiervoor al aangehaald: op 17 mei 2020 tweette Geert Wilders op de Internationale Dag tegen Homo-, Lesbo-, Bi-, Trans- en Interseksefobie (IDAHOT) ‘Stop de homohaat. Stop islam’. Datzelfde jaar ging hij op bezoek bij Victor Orbán, die twee dagen na IDAHOT in Hongarije anti-transgender wetgeving had ingevoerd die het onmogelijk maakte de sekseregistratie bij de geboorte later te wijzigen. Wilders noemde hem ‘een held’.

Door de focus van nationaal populistische partijen op ‘joods-christelijke’ waarden en normen is een moeizame spagaat ontstaan tussen LHBTI-rechten enerzijds en conservatisme anderzijds. Populistische politici tonen daarbij een moeiteloze flexibiliteit. Aangezien de homo-emancipatie in hun ogen in Nederland allang voltooid is, vinden zij iedere vorm van aandacht voor de positie van LHBTI’ers een onnodige provocatie. Specifiek opkomen voor LHBTI-rechten wordt weggezet als ‘identiteitspolitiek’.  Op die wijze kunnen ook conservatief-christelijke kiezers, die traditionele gezinnen centraal stellen, tevreden worden gesteld. Deze opvatting wordt wellicht nog het duidelijkst geïllustreerd door de conservatief rechts-populistische partij Forum voor Democratie, die sinds 2017 in de Tweede Kamer vertegenwoordigd is.[

Door de focus van nationaal populistische partijen op ‘joods-christelijke’ waarden en normen is een moeizame spagaat ontstaan tussen LHBTI-rechten enerzijds en conservatisme anderzijds.

De partij staat onder leiding van Thierry Baudet, die in 2012 promoveerde op zijn proefschrift De Aanval op de Natiestaat. Volgens Baudet werkte hij voor het schrijven ervan samen met de Britse euroscepticus John Laughland die hij in het boek 23 keer citeerde. Diezelfde Laughland is om tal van redenen een controversieel figuur. Zo maken zijn nauwe banden met het LHBTI-onvriendelijke Kremlin zijn betrokkenheid bij het Nederlandse Oekraïne-referendum verdacht. In 2013 sprak Laughland zich uit tegen de openstelling van het burgerlijk huwelijk in Frankrijk. Hij beklaagde zich over het gemak waarmee in het Verenigd Koninkrijk het traditionele huwelijk was opgegeven maar verheugde zich over het feit dat er in Frankrijk demonstranten waren die het traditionele gezin wilden ‘beschermen’. Laughland prees de Russische Federatie wegens haar anti-LHBT-wetgeving en zag hoop voor de rest van Europa in het feit dat de Russen weigerden kinderen ter adoptie aan te bieden aan buitenlandse homoseksuele stellen. Ook keerde Laughland zich tegen het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarin ‘activistische’ rechters zouden zetelen die probeerden op gevoelige terreinen, zoals de expliciet genoemde rechten van LHBTI’ers, hun wil op te leggen aan de deelstaten. Na de oprichting van Forum voor Democratie noemde Baudet Laughland zijn ‘partijideoloog’, nodigde hem uit te spreken op het partijcongres en bood hem een plek aan op de lijst voor de Europese verkiezingen. 

Baudets promotie was controversieel. Verschillende opponenten beklaagden zich openlijk over het dubieuze wetenschappelijk niveau van het boek, dat te weinig feiten en te veel meningen zou bevatten. Het geschrift was eerder journalistiek dan academisch van aard.[Hoewel de verdediging van een proefschrift doorgaans slechts een formaliteit is, stemde een van de leden van de promotiecommissie in dit geval tegen het aan Baudet verlenen van de doctorsgraad, zo liet een van de hoogleraren zich in 2019 ontvallen.[28]

Baudets voorliefde voor nationalisme en conservatieve politiek bracht hem in contact met gelijkgestemden. De Forum-politicus, en in zijn kielzog vele andere nationalisten, noemt zichzelf, naast ‘verzetsheld’ en ‘belangrijkste intellectueel van Nederland’, graag ‘cultuurchristen’. Daarmee maakt hij duidelijk welke religie wat hem betreft een voorkeurspositie verdient in ons land. EenVandaag peilde in 2017 dat ook onder veel kiezers die traditioneel op de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) stemmen, Baudet populair is. Het mag dan ook niet verbazen dat Forum en de SGP innige banden onderhouden. SGP-voorman Kees van der Staaij ondertekende eind 2018 de zogeheten Nashville-verklaring, waarin vanuit conservatief-christelijk standpunt acceptatie van LHBTI-rechten in het algemeen en transgenderrechten in het bijzonder, ferm worden afgewezen. Dit weerhield Forum er niet van de SGP in 2019 aan een extra zetel in de Eerste Kamer te helpen.

Dat negeren van Christelijke homofobie lijkt een patroon. Baudet gaf een lezing voor het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond, die zich meermaals openlijk had uitgesproken tegen ‘transgenderisme’ en de ‘losbandige’ LHBTI-beweging. Een andere aartsconservatieve katholieke club die op zijn steun kan rekenen is Civitas Christiana, dat demonstreerde tegen Pride-evenementen en een homovriendelijke poster-campagne van Suit Supply. De banden met Civitas Christiana werden nog hechter in het samenwerkingsverband ‘Cultuur onder vuur’, dat zicht richt op traditie, het traditionele gezin en privé-eigendom. De evenementen die ‘Cultuur onder vuur’ organiseert worden drukbezocht door prominente (regionale) FvD-politici. 

Baudet gaf een lezing voor het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond, die zich meermaals openlijk had uitgesproken tegen ‘transgenderisme’ en de ‘losbandige’ LHBTI-beweging.

De flirt met de SGP liet al zien dat Baudet christenen uit gereformeerde hoek graag ten dienste is. Zo liet hij in het Reformatorisch Dagblad weten dat hij een verbod op discriminatie onzin vond: ‘Een christelijke school moet een homoseksuele leraar kunnen weigeren of ontslaan.’[34]

En ook andere FvD’ers laten zich lang niet altijd van hun meest LHBTI-vriendelijke kant zien. Student en Forum kandidaat-raadslid voor Amsterdam, Yernaz Ramautarsing, beweerde in 2018 dat homorechten de samenleving ‘dommer’ hebben gemaakt omdat homo’s zich niet voortplanten terwijl ze volgens Ramautarsing een ‘relatief hoger IQ’ hebben. In het kader van de door de partij aangehangen extreemrechtse ‘omvolkings’ complottheorie was de uitspraak des te saillanter. Ondanks zijn tweede plek op de FvD-lijst voor de Amsterdamse gemeenteraad stapte Ramautarsing, tot opluchting van de lokale lijsttrekker, na de ontstane ophef ‘vrijwillig’ op.[36]

Ter gelegenheid van diezelfde gemeenteraadsverkiezingen ging Forum een alliantie aan met Leefbaar Rotterdam. Lennard van Mil, het hedendaagse gezicht van de Stichting De Roze Leeuw, was op dat moment voorzitter van Jong Leefbaar en kandidaat-raadslid. Een jaar eerder had hij al voor de nodige ophef gezorgd door met een paar vrienden de homonationalistische Dutch Gayservatives op te richten en deel te nemen aan de Rotterdamse Pride. Van Mil stelde dat ‘de homo-emancipatie’ voltooid was en dat de LHBTI-beweging, waarvan hij spottend opmerkte dat daar de letters a t/m z achter hoorden, dus niet zo moest ‘zeiken’. 

Van Mil stelde dat ‘de homo-emancipatie’ voltooid was en dat de LHBTI-beweging, waarvan hij spottend opmerkte dat daar de letters a t/m z achter hoorden, dus niet zo moest ‘zeiken’. 

Uit onderzoek van Gloria Wekker volgt dat dit gevoel inderdaad bij sommige homomannen leefde. Zij zagen Pride niet meer als een protest tegen misstanden, maar als een viering van de heteronormatieve gelijkheid die bereikt was en waarvoor enige dankbaarheid zou zijn verschuldigd.[37]

Net als Fortuyn, Wilders en Baudet, zag Van Mil maar één echte dreiging: niet-westerse migranten die volgens hem verantwoordelijk waren voor het toenemende antihomogeweld. Volgens Van Mil wilde ‘links’ het echte probleem niet benoemen en kwam het daarmee niet op voor homobelangen. Hij hekelde ook de opstelling van homobelangenorganisatie COC, die volgens hem afgeschaft zou moeten worden. De homonationalistische Gayservatives verzetten zich verder tegen ‘genderneutrale WC’s’ en het opnemen van geaardheid als non-discriminatiegrond in de Grondwet. Dat laatste was volgens Van Mil gekkigheid omdat homo’s juist ‘normaal’ gevonden wilden worden. Het creëren van een aparte categorie in de Grondwet was volgens hem ‘identiteitspolitiek’ dat ‘hokjesdenken’ bevorderde. 

Het COC zou ‘D66 politiek’ bedrijven en dus niet namens Van Mil en de Gayservatives spreken. Zo wierp hij hen onder andere tegen dat ze ten tijde van het Oekraïne-referendum het ‘Ja-kamp’ gesteund hadden. Volgens Van Mil lag steun voor het ‘Nee-kamp’ veel meer voor de hand omdat Oekraïne ‘niets met homorechten heeft’. Een opmerkelijk standpunt aangezien het afdwingen van een betere positie voor Oekraïense LHBTI’ers nu juist voor het COC een argument was het ‘Ja-kamp’ te steunen. Wanneer het land zijn Europese ambities wilde waarmaken zou het immers aan de Europese regels omtrent de positie van LHBTI’ers moeten voldoen. 

Vele deelnemers aan Rotterdam Pride vonden de onverdraagzame boodschap die Van Mil, gehuld in een roze overall en Duitse officierslaarzen (de lange zwartleren regenjas die hij doorgaans droeg had hij thuisgelaten), verkondigde strijdig met de kernwaarden van Pride. Er ontstond een opstootje, de politie moest eraan te pas komen en de handvol Gayservatives liep vervolgens, geflankeerd door de sterke arm van de wet, voor de rest van de Pride uit. In 2018 liep Van Mil opnieuw mee, dit keer onder de naam De Roze Leeuw, dezelfde club die in 2022 haar transfobe boodschap wilde uitdragen tijdens de Amsterdamse Pride Walk.

Dat Baudets omarming van conservatief-christelijke waarden op gespannen voet staat met zijn vermeende warme gevoelens voor LHBTI-rechten, wordt door Forum voor Democratie stelselmatig ontkend, maar ondertussen ontbreekt het bij de partij aan LHBTI-emancipatiebeleid. Op de partij-website prijkt onder de titel ‘Vóór de homo-emancipatie! Dus tégen identity politics!’ een uiteenzetting van de opvatting dat LHBTI-emancipatiebeleid gelijk zou staan aan ‘identiteitspolitiek’:  

We willen niet dat we de overheid gaan zien als Grote Gelijkmaker die al-dan-niet ingebeeld ‘slachtofferschap’ moet gaan compenseren of middels quota volledig evenwichtige vertegenwoordiging in alle maatschappelijke gremia moet afdwingen. Juist omdat we willen ‘verbinden’, zoals dat in linkse kringen wordt genoemd. Omdat we geloven in de eenheid van de Nederlandse natie en de neutraliteit van de staat ten opzichte van al die eigenschappen die in artikel 1 van de Grondwet worden genoemd: ras, geslacht, geloof, seksuele geaardheid… Forum voor Democratie staat dus pal voor de fundamentele gelijkheid van alle Nederlanders. Daarom hebben we ook de Wet Bescherming Nederlandse Waarden opgesteld. We zien veel liever een overheid die dáárvoor opkomt dan met convenanten en subsidiestromen steeds weer nieuwe groepen een steuntje in de rug probeert te geven – en daarmee andere groepen achterstelt en op hún beurt aanleiding geeft speciale behandeling te eisen.

Forum voor Democratie vindt, net als Van Mil, geen beleid het beste beleid. Opmerkelijk is de verwijzing die daarbij gemaakt wordt naar artikel 1 van de Grondwet. Volgens FvD zou daarin immers een verbod op discriminatie wegens ‘ras, geslacht, geloof’ en ‘seksuele geaardheid’ zijn opgenomen. Maar naar de term ‘seksuele geaardheid’ is het in de Grondwet vergeefs zoeken. Juist om die reden nam de Tweede Kamer een wetsvoorstel over om in artikel 1 van de Grondwet ook ‘seksuele gerichtheid’ en ‘handicap’ expliciet te noemen als op voorhand verdachte discriminatiegrond. En in weerwil van de ronkende tekst op de website bleek in 2020 dat Forum daar juist tegenstander van was. Toen het wijzigingsvoorstel op 30 juni van dat jaar in stemming werd gebracht, stemden alleen de fracties van FVD, PVV, SGP en Van Haga tegen.

Dat dit stemgedrag niet geheel uit de lucht komt vallen, blijkt wel uit het feit dat Forum liefst ook af wil van de artikelen artikelen 137c en 137d van het Wetboek van Strafrecht. Het gaat daarin respectievelijk om het strafbaar stellen van groepsbelediging en het aanzetten tot haat of discriminatie vanwege onder andere hetero- of homoseksuele gerichtheid of lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap. ‘De grens hoort te liggen bij oproepen tot geweld,’ zo valt op de Forum-website te lezen, ‘Daar moet hard tegen worden opgetreden. Maar alles daarbuiten hoort toegestaan te zijn. Anders wordt onze vrijheid van meningsuiting steeds verder ingeperkt.’ Net als Pim Fortuyn en Geert Wilders voor hem, die beiden artikel 1 van de Grondwet wilden afschaffen, lijkt Thierry Baudet niets op te hebben met de bescherming van kwetsbare groepen tegen discriminatie en haat. 

Die door Forum zo geroemde vrijheid van meningsuiting wordt ook selectief toegepast. De ernstige misstanden in Rusland, Hongarije, Brazilië en Polen, waar LHBTI-rechten met voeten worden getreden, zijn voor Forum bijvoorbeeld geen onderwerp van gesprek. Dat is volgens de partij ‘lokale politiek’ waar Nederland niets mee te maken heeft. Opmerkelijk is dat partijleider Baudet wel regelmatig lovende woorden spreekt over de politiek van deze landen, of meer specifiek hun ‘sterke leiders’. Zo was hij in 2016 spreker bij het Poolse Kongres Nowej Prawicy (Congres van Nieuw Rechts) dat zich fel tegen de openstelling van het burgerlijk huwelijk voor paren van gelijk geslacht en andere LHBTI-rechten uitspreekt. Baudet maakt ook geen geheim van zijn vriendschap met de Franse Front National-jeugdleider Julien Rochedy, die bepleitte dat anti-LHBTI wetgeving naar Russisch model moet worden ingevoerd om kinderen te ‘beschermen’ tegen ‘homopropaganda’. Ook over zijn bewondering voor radicaal rechtse leiders als Vladimir Poetin, Victor Orbán, Jair Bolsonaro en Donald Trump, die hij op Twitter ‘a great leader for the world as a hole’ (sic) noemde, is Baudet helder. 

Forum werkt in het Europees Parlement verder samen met de Poolse regeringspartij PiS (Prawo i Sprawiedliwość). FvD en SGP zitten in de Europese Conservatieven en Hervormers (ECR)-fractie, waarvan ook PiS deel uitmaakt. Nadat deze ultraconservatieve katholieke partij voor ‘Recht en Rechtvaardigheid’ in Polen aan de macht kwam werden verschillende gemeentes tot ‘LHBT-vrije zones’ verklaard omdat zij de ‘traditionele christelijke gezinswaarden’ en de ‘Poolse identiteit’ zouden bedreigen. Hoewel een overweldigende meerderheid in het Europees Parlement deze gang van zaken in december 2019 veroordeelde, bleef Forum voor Democratie stil en onthield zich van stemming. 

Dat deed de partij ook al toen het Europees Parlement twee maanden eerder een resolutie aannam waarin het streng christelijke Oeganda een reprimande kreeg wegens het plan om nieuwe anti-homowetgeving aan te nemen. Daarin zou onder invloed van westerse christelijke lobbyisten mogelijk de doodstraf op homoseksualiteit gesteld worden. Forum vond het niet nodig dat af te keuren.

In 2020 keerde de partij zich niet alleen tegen de wijziging van artikel 1 Grondwet, maar stemde ze ook met de SGP, CU, PVV en het CDA mee tegen de strafbaarstelling van ‘conversietherapie’, een vorm van religieuze gebeds-‘genezing’ die erop gericht is iemands LHB-geaardheid of trans genderidentiteit te veranderen. FvD-Kamerlid Hiddema vond dat ‘iedereen op seksueel terrein’ zijn ‘hobby’s, als instincten, als overtuigingen’ mocht ‘beoefenen’, maar: ‘Wij willen niet belerend zijn. Wij zijn een libertarische partij. Als iemand van zijn seksuele geaardheid baalt en denkt er via homogenezing van af te kunnen komen, moet dat mogen.’[39]

Een frappant statement. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat het onmogelijk is van een geaardheid of gender te ‘genezen’ en dat conversie ‘therapie’ in veel gevallen schadelijk is. Dat dit onwenselijk is wordt ook politiek al jaren erkend. In 2008 stelde Boris van der Ham (D66) Kamervragen over de christelijke stichting Different, die zulke therapieën aanbood. 

Homoseksualiteit is immers geen ziekte, heeft geen schadelijke gevolgen en is dus niet iets dat behandeld kan of moet worden, terwijl de ‘therapie’ zelf juist wel schadelijke gevolgen heeft. De negatieve gevolgen van de sfeer waarin conversie ‘therapie’ zijn ‘rechtvaardiging’ vindt, zoals discriminatie, stigmatisering en afwijzing door mensen uit de eigen omgeving, leiden tot ‘depressies, drugsmisbruik en zelfmoordpogingen, vooral onder jongeren’ zo stelde de WMA vast. Dat beeld werd datzelfde jaar door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) bevestigd. Transgender personen doen vijf- tot tienmaal vaker een poging tot zelfdoding en denken zevenmaal vaker aan zelfmoord dan cisgender personen. Twee jaar eerder was al geconstateerd dat LHB-jongeren (trans jongeren werden niet meegenomen) met een religieuze achtergrond meer suïcidaliteit rapporteren dan seculiere jongeren. En het is juist in religieuze kringen dat conversietherapie voorkomt. Op 11 juni 2020 werd bekend dat in Nederland nog steeds vijftien therapeuten en organisaties zogenaamde ‘homogenezingstherapieën’ aanbieden.[41]

Tegelijkertijd ziet Forum niets in non-gouvernementele organisaties die LHBTI-rechten behartigen. Op de FvD website verscheen begin 2020 het bericht dat niet alleen de Postcodeloterij verdacht was, maar ook Amnesty International. Die organisatie ‘houdt zich vooral bezig met progressieve stokpaardjes zoals LHBT en migranten’, aldus de officiële website van de partij.[42]

Het homonationalisme van Forum en PVV is een electorale truc die ingezet wordt als wapen tegen migranten. Echte belangstelling voor LHBTI-rechten is bij de partijen moeilijk te bespeuren en verandert in het geval van Forum zelfs in op zijn minste de verdenking van homofobie. Wanneer zich een anti-LHBTI-incident voordoet waarbij de verdachten niet wit zijn, volgt steevast een stevige veroordeling onder verwijzing naar de niet-westerse achtergrond van de daders. Tegelijkertijd is het oorverdovend stil als de homofobie uit westerse, witte of christelijke hoek komt. Gecombineerd met het afwijzen van de internationale rechtsorde, die volgens Thierry Baudet helemaal niet bestaat, levert dat een reëel gevaar op voor de rechten van LHBTI’ers. Die spreken immers minder vanzelf als ze wellicht lijken, zoals de voorbeelden uit Hongarije en Polen, maar ook de VS laten zien. Hoewel nu bescherming wordt geboden door internationale verdragen en de daarin opgenomen mensenrechten, zijn de rechts-populistische partijen voorstander van een verregaande autonomie. Mensenrechten proberen minderheden tegen een dictatuur van de meerderheid te beschermen maar zelfs meer mainstream partijen lijken steeds vaker bereid ze ter discussie te stellen.

In november 2020 kwam door het openbaar worden van app-berichten aan het licht dat binnen de jongerenorganisatie van Forum voor Democratie sprake was van antisemitisme, racisme en… homofobie. Waar zulke beschuldigingen eerder, ondanks stevige aanwijzingen, waren weggewuifd leek er nu geen ontkennen meer mogelijk. Partijleider Baudet, die ondanks de berichtgeving weigerde onvoorwaardelijk afstand te nemen van de jongerenorganisatie, kwam ook onder vuur te liggen. Spijtoptanten onthulden dat hij zich regelmatig op soortgelijke wijze had uitgelaten. Baudet trad af, kwam weer terug en werd geroyeerd, maar won vervolgens een referendum over het leiderschap. Korte tijd later richtten oud-FvD’ers de nieuwe rechts populistische partij JA21 op.

Sinds de verkiezingen van 2021 is het er niet beter op geworden. In de VS slagen conservatieve Christenen er inmiddels in via hun radicaal rechtse politieke vertegenwoordigers verworven rechten, zoals het recht op abortus, terug te draaien. Ze zijn er open over dat LHBTI-rechten het volgende doelwit zijn. Gezien de ruimte die trans- en homofobie in de Nederlandse media krijgt ligt dat risico ook hier op de loer. Zolang we dit soort haat, het ontkennen van fundamentele rechten, als ‘gewoon een mening’ in het publieke debat accepteren zal het ook niet beter worden.

Amstelplein 54 (26.10)

1096 BC Amsterdam

020 854 6340

info@smeetslaw.nl

LinkedIn