31 januari 2021
Sidney Smeets
Opinie

Taakstrafverboden zijn een motie van wantrouwen tegen de rechter

Middenin de ‘avondklokrellen’ vond in de Tweede Kamer het debat plaats over de wet uitbreiding taakstrafverbod. Uit dat wetsvoorstel spreekt een diep wantrouwen ten opzichte van de onafhankelijke rechtspraak. 

Alsof de Kamer niets van de toeslagenaffaire geleerd had, won de onderbuik het opnieuw van de ratio. Het wetsvoorstel ‘uitbreiding taakstrafverbod’ beoogt het de strafrechter onmogelijk te maken om verdachten van geweld tegen hulpverleners nog langer te veroordelen tot een taakstraf. De roep om hard optreden is begrijpelijk, maar miskent dat de rechter allang de ruimte heeft om harder te straffen als het slachtoffer een hulpverlener is. Dat gebeurt ook. Er wordt ook zwaarder gestraft, maar die waarheid is voor sommige politici wat ongemakkelijk en wordt dus genegeerd. 

De Raad van State, de Raad voor de rechtspraak, de reclassering. Stuk voor stuk wijzen deze organisaties op de onwenselijke gevolgen van het uitbreiden van het bestaande taakstrafverbod. Een verbod dat door rechters, met de zegen van de Hoge Raad, op grote schaal ter zijde wordt geschoven. Dat gebeurde bijvoorbeeld in de Valkenburgse zedenzaak, waar de rechter ervoor koos naast een alternatieve straf ook één dag gevangenisstraf op te leggen. Aan het verbod uitsluitend een taakstraf op te leggen was aldus voldaan.

Taakstrafverboden zijn onwenselijk vanwege het bewezen positieve effect dat taakstraffen hebben op de recidivecijfers. Wie een taakstraf krijgt is meestal niet eerder met politie en justitie in aanraking geweest en juist de taakstraf voorkomt dat de verdachte opnieuw in de fout gaat. Ze krijgen bij het uitvoeren van de taakstraf bovendien hulp en steun van de reclassering. Daarbij moet niet vergeten worden dat strafrecht maatwerk is. Iedere zaak is anders. Iedere verdachte verdient een persoonlijke aanpak. De rechter is bij uitstek degene die daarin een goed afgewogen keuze kan maken. Hij heeft het hele dossier gezien en de verdachte gesproken. 

Wie de rechter het recht om voor een taakstraf te kiezen wil ontzeggen kan daarvoor maar één argument hebben: een diep wantrouwen ten opzichte van de onafhankelijke rechtspraak. Taakstrafverboden zijn immers gebaseerd op de gedachte dat de beslissingsvrijheid van de rechter ingeperkt moet worden omdat kennelijk niet op zijn beoordelingsvermogen vertrouwd kan worden. Hij straft ‘te laag’. 

Na de ervaring met de toeslagenaffaire zou de politiek juist in moeten zetten op een nog steviger verankerde onafhankelijke rechtspraak die niet de oren laat hangen naar de wil van de wetgever, maar maatwerk levert en rekening houdt met alle omstandigheden van het geval. Juist meer rebelse, tegendraadse of zelfs ongehoorzame rechters garanderen dat de burger zich werkelijk beschermd kan zien door de scheiding der machten die onze democratische rechtsstaat zijn kracht geeft. 

Amstelplein 54 (26.10)

1096 BC Amsterdam

020 854 6340

info@smeetslaw.nl

LinkedIn