12 september 2021
admin
Opinie

Herstel in eer en rechten of gratie?

Na een onherroepelijke veroordeling rest de Nederlandse verdachte nog maar een weg: gratie. Maar is dat wel genoeg?

Eerder is al door meerdere auteurs vastgesteld dat de Nederlandse gratieprocedure weleens kritisch onder de loep genomen mag worden. Levenslange gevangenisstraffen zonder uitzicht op vrijlating zijn volgens Europese rechtspraak in strijd met het in artikel 3 EVRM vastgelegde martelverbod. In Nederland lijkt het bestaan van de gratieprocedure in zulke zaken vooral een truc om onder het mensenrechtenverdrag uit te komen. Formeel is de straf niet uitzichtloos want er is gratie mogelijk, maar in de praktijk blijkt van een werkelijk effectieve remedie om vrij te komen geen sprake: gratie wordt zelden tot nooit verleend aan levenslanggestraften. 

Maar ook op (veel) kleinere schaal zijn er bedenkingen.

Neem de volgende casus. Een beveiliger werkt zowel in Nederland als in België. Hij heeft een veiligheidspas nodig om zijn werk te mogen doen en die moet in 2017 verlengd worden. Het toeval wil dat in dat jaar in België nieuwe wetgeving wordt ingevoerd: vanaf dan wordt iedere veroordeling tegengeworpen. Omdat de beveiliger in 2008 een geldboete van € 150 heeft gekregen voor een eenvoudige belediging krijgt hij, ondanks dat hij bijna tien jaar naar tevredenheid heeft gewerkt, geen nieuwe pas. De Belgische autoriteit wijst hem erop dat in België een procedure bestaat om van zo’n oude, geringe, veroordeling af te komen. Als hij Belg was zou hij om herstel in eer en rechten kunnen vragen en wordt zijn ‘strafblad’ opgeschoond. Met een schoon strafblad is het verkrijgen van de pas een fluitje van een cent. Maar onze Nederlandse beveiliger heeft pech. Hij heeft de boete al betaald en bovendien was die te laag voor een gratieverzoek, dat is immers pas mogelijk vanaf € 340. 

Mooie Europese gedachten over het vrije verkeer van personen en goederen ten spijt is de Nederlandse veroordeelde in deze casus dus aanzienlijk slechter af dan zijn Belgische collega. 

Datzelfde geldt voor de veroordeelde die een functie ambieert waarbij een verklaring omtrent het gedrag (VOG) is vereist. Omdat het strafblad tot in lengte van dage blijft bestaan zullen bepaalde feiten eindeloos tegengeworpen kunnen worden. Er bestaat dan wel een mogelijkheid om in bezwaar te gaan tegen een weigering een VOG te verstrekken, maar bij sommige feiten is dat kansloos en kan een fout op 16-jarige leeftijd een levenslange albatros om de nek van bijvoorbeeld een jonge arts worden (De Volkskrant, 1 juni 2019).

Wordt het niet tijd dat we ook in Nederland een procedure instellen die de gedachte dat eenieder een tweede kans verdient in onze wetgeving verankert?

Amstelplein 54 (26.10)

1096 BC Amsterdam

020 854 6340

info@smeetslaw.nl

LinkedIn